zaterdag 27 december 2008

No pass to demolitions (1)

Klik op de  titel voor de reportage.

Deze korte reportage van Mehmet Ali  Cubuk brengt in beeld hoe de Turkse overheid de huizen sloopt van de bewoners van sloppenwijken. De wijken Okmeydani, Ayazma, Sulukule, Basibüyük, Aydos, Güzeltepe, Beykoz en Derbent worden in beeld gebracht al wordt er wel bij vermeld dat dit slechts enkelen van een aantal wijken zijn waar zich dergelijke ontruimingen plaatsvinden. Deze wijken werden door de inwoners eigenhandig opgebouwd in Istanbul, de meest bevolkte stad van Turkije waar een enorm deel van de bevolking leeft in dergelijke informele huisvestigingen. Waar er voorheen geen infrastructuur en geen transportmogelijkheden waren bouwden de mensen er toch een bewoonbare wijk om er hun leven mogelijk te maken. Echter, de overheid beschouwt deze wijken als hun bezit en besluit dan ook om deze illegale wijken te slopen om deze buurten voor andere doeleinden te gebruiken, zoals ondermeer voor het bouwen van residentiële woonwijken. Het is het Urban Transformation Project, een door het parlement goedgekeurde wet in 2005, die de gemeente al de macht geeft om stedelijke ruimte te reconstrueren om zo Istanbul het gelaat te geven van een ‘global city’. Voor deze nieuwe projecten wil de gemeente 85.000 illegale huisvestigingen ontruimen. Rond de 2000 ontruimingen zijn ondertussen al verwezenlijkt. (2) Zoals de reportage duidelijk maakt moeten de inwoners van de wijk in Aydos plaats maken voor de bouw van villa’s. De kloof tussen arm en rijk wordt hier nog maar eens schrijnend in beeld gebracht: de arme wijk is een doorn in het oog voor de rijke bewoners van de villa’s. Hun mooi uitzicht wordt verstoort door de aanblik van armoede.

Het ontruimen van de wijk gaat gepaard met veel machtsvertoon en met verzet van de lokale bevolking. Politie en militair gezag schrikken er niet voor terug om gebruik te maken van geweld, traangas en waterkannonen tegen vrouwen, kinderen en mannen die zich verzetten tegen de ontruiming en de opgelegde emigratie. Het verzet dat eerst geweldloos was zet zich naderhand om in radeloos en oproerend verzet tegen de politie. (3) Het is een vastberaden poging om gehoord te worden en om hun recht op een woonplaats te verdedigen. Velen weten immers niet waar zij heen kunnen en er blijkt geen andere woonplaats voor hen voorzien te zijn. Het toekomstbeeld van een leven op straat zorgt ervoor dat deze mensen zich jaren blijven verzetten tegen de plannen van de overheid die hen niet als inwoners van de stad beschouwt. Toch blijkt de vastberadenheid van de inwoners soms enige vruchten af te werpen en worden ontruimingen tegen gehouden en soms zelfs voorgoed voorkomen. 

Deze reportage is interessant voor onze blog omdat het aantoont hoe inwoners van informele huisvestigingen buiten de maatschappij geplaatst worden. Als buitenstaanders van de stad hebben zij geen rechten over hun behuizing en ze zijn dan ook slachtoffer van overheidsbeslissingen die boven hun hoofden en zonder enige vorm van inspraak genomen worden. Verzet dat uiteindelijk ook uitmondt in geweld zijn dan vaak nog de enige middelen om op te botsen tegen een muur van staatsgezag. Dit keer zien we dat de politie niet optreedt tegen bendes maar tegen de lokale bevolking die dreigen uit hun huis gezet te worden. Hun verzet wordt beschouwd als verzet tegen de maatschappij en zij worden dan ook behandeld als criminelen die onderdrukt moeten worden. Wachtend op menswaardige beslissingen van de overheid kunnen zij voorlopig enkel beroep doen op de solidariteit van andere wijken, NGO’s en mensenrechtenactivisten. (4) 

Vera Vanderelst 

Bronnen:

(1) No pass to demolitions, Mehmet Ali  Cubuk, 15 oktober 2008, http://www.youtube.com/watch?v=bnxDGxOlhNA&feature=channel_page

(2)"Neoliberalism and Urban Governance: "Urban Transformation Projects" in Istanbul" Tuna Kuyucu, Paper presented at the annual meeting of the The Law and Society Association, TBA, Berlin, Germany, Jul 25, 2007

 (3) Illegal housing destruction elicits protests, tear-gas from police, Ana Sayfa, 27 December 2008, geraadpleegd op 27 December 2008

http://www.hurriyet.com.tr/english/4138252.asp?gid=74

De fotoreportage brengt de ontruiming door de politie in beeld (klik hiervoor door op in pictures) 

(4) Ayazma, Istanbul: Solidarity tent waiting for solution after demolition, Cihan U. Baysal, November 2008, geraadpleegd op 27 december 2008 op http://eng.habitants.org/noticias/from_inhabitants/inhabitants_of_europe/ayazma_istanbul_solidarity_tent_waiting_for_solution_after_demolition

 Demolitions Continue In The “Gypsy” Neighborhood Of Istanbul, Ceyda Ulukaya, 28 Augustus 2008, geraadpleegd op 27 December 2008 op http://www.bianet.org/english/kategori/english/109364/demolitions-continue-in-the-gypsy-neighborhood-of-istanbul

vrijdag 26 december 2008

Sociale orde en networking tussen staat en favela.


In dit stuk zal een onderzoek van Enrique Arias onder de loep genomen worden. Hij onderzocht gedurende twee jaar door middel van participerende observatie de uitgebreide netwerken tussen een favela, de pers, de overheid en de politiediensten.

Arias, E. (2004). Faith in Our Neighbors: Networks and Social Order in Three Brazilian Favelas. Latin American Politics & Society, 46 (1), p. 3-5.


In zijn wetenschappelijk artikel beschrijft Arias hoe de inwoners van drie favela’s uit Rio de Janeiro gevangen zitten tussen twee partijen die strijden om controle. Aan de ene kant zijn er de criminele bendes die de echte machtshebbers zijn in de wijk. Zij waken over hun drugsterritorium en installeren een vorm van sociale orde, voornamelijk met het oog op het vlot draaiende houden van hun activiteiten en hun macht over de plaatselijke bevolking te legitimeren door het brengen van veiligheid. Aan de andere kant vindt men de staat die meestal vertegenwoordigd wordt door de politiediensten die strijd leveren met de bendes om terug controle te krijgen over de favela. Het doel van dit treffen is het bevrijden van de inwoners en rust te brengen. Al te vaak echter blijkt dit niet helemaal te kloppen.
Aangezien de aanwezigheid van de overheid of het plaatselijke gezag vaak uitsluitend bestaat uit repressie, politie of het zoeken naar stemmen heeft dit als gevolgd dat lokale leiders een zeer belangrijke rol opnemen binnen het interne bestuur van de favela. Omdat de politiediensten te kampen hebben met veel corruptie en dus hun diensten leveren aan de hoogste bieder moeten de inwoners zich richten tot de plaatselijke bendes voor bescherming. Maar deze laatste maken ook misbruik van de inwoners dus is er geen sprake van veiligheid waardoor de politie bevolen wordt op te treden. Dit leidt tot hevige en bloedige confrontaties en een ontsporing van geweld.
Onderzoek toonde aan dat de interne politieke structuur van een favela en zijn banden met groeperingen buiten de sloppenwijk een invloed hebben op deze situatie. In sloppenwijken waar de inwoners een goed netwerk van interne en externe contacten hadden opgebouwd nam na verloop van tijd het geweld en het aantal moorden af. Bij wijken waar de criminelen de lokale politiek domineerden via goede relaties met de plaatselijke leiders en de politie bleef het geweld zeer hoog. Actieve contacten met verschillende sociale organisaties en NGO’s helpt de lokale gemeenschap banden te leggen en middelen te verkrijgen buiten zijn lokaliteit. Deze resources kunnen leiden tot structurele veranderingen voor een lange termijn in de sociale orde binnen een favela. Toch zullen er ook steeds problemen zijn met de verschillende groepen die hun hegemonie willen bewaren (1).

Het feit dat Arias gedurende meer dan twee jaar in de favela’s zelf verbleef voor zijn onderzoek voegt extra waarde toe aan zijn conclusies en bevindingen. Hij kon een latente dynamiek van dichtbij waarnemen en beschrijven. De auteur geeft echter terecht wel aan dat verder onderzoek in deze materie noodzakelijk is. Zijn observaties vonden plaats in slechts drie verschillende favela’s in maar één stad. Het volledig veralgemenen van zijn bevindingen is dan ook heel gevaarlijk maar zijn conclusies zijn daarom niet minder interessant.
Het beeld van het leven en de sociale orde in de sloppenwijken in Brazilië dat Arias schetst is ook veel rauwer en minder positief dat de beschrijvingen van Chris De Stoop (zie ook elders). Deze laatste gaf een bijna eenzijdig positief beeld van de PCC die de macht heeft in de favela van Moinho. Deze criminele bende zorgde voor orde, organisatie, veiligheid en gerechtigheid voor de inwoners en steunde een sociale vereniging die de rechten van de inwoners van de favela verdedigde bij het stadsbestuur in Sao Paulo (2). De journalist baseert zijn bevindingen dan voornamelijk op een momentopname. Uit methodologisch standpunt is de participerende observatie van Arias een betere keuze voor het beschrijven van sociale orde in een sloppenwijk.
Sommige onderzoekers stellen dat de problemen in sloppenwijken analoog zijn aan de plaatselijke problemen van andere gemeenschappen. Deze wetenschappers stellen dat het negativisme rond de situaties in sloppenwijken niet overdreven mag worden maar gekaderd moet worden binnen een groter geheel van sociale problemen die overal plaats vinden (3). Na het lezen van het artikel van Arias kunnen we ons misschien meer verbonden voelen met Graham. In zijn werk “Cities, War and Terrorism” stelt de auteur dat het nieuwe strijdtoneel van oorlogen de hedendaagse steden zijn. Hij schrijft dat de armen in de steden verder afglijden in hun situatie en te kampen hebben met erosie op hun sociale en economische veiligheid (4).
Men mag echter niet uit het oog verliezen dat ook de staat een groot aandeel heeft in deze terreur uit de sloppenwijken. Door de corruptie bij de politie en het streven naar macht bij ordediensten, overheden en lokale machtshebbers wordt een voedingsbodem voor het geweld verschaft. Zoals Davis al aangaf zullen dergelijke woongebieden blijven bestaan zolang politici of overheden macht hebben over de inwoners en er op financiële of materiële wijze beter van kunnen worden (5). Wanneer de inwoners van een sloppenwijk hun afhankelijkheid dreigen te verliezen zullen deze machthebbers de (corrupte) politie inschakelen om een nieuwe afhankelijkheidsrelatie te creëren.
Daarom is sociale controle en orde door verschillende groepen en netwerken noodzakelijk opdat deze verrijkende praktijken stopgezet of ingeperkt kunnen worden. Hoe meer verschillende organisaties of partijen toekijken of betrokken worden, des te moeilijker het wordt om een duidelijke machtspositie in te nemen over de sloppenwijk. Wanneer lokale machtshebbers geen invloed meer hebben over de favela bestaat de kans dat zij deze willen opdoeken (6). De bendes die economisch afhankelijk zijn van dat grondgebied zullen er alles aan doen om dit tegen te gaan door ondermeer een diplomatieke oplossing zoals een actiecomité.

Reinout Van Dorpe


(1) Arias, E. (2004). Faith in Our Neighbors: Networks and Social Order in Three Brazilian Favelas. Latin American Politics & Society, 46 (1), 1-38.
(2) De Stoop, C (2008, 24 september). Welkom in mijn favela. Knack, 110-113.
(3) Duffield, M. (2002). Social reconstruction and the Radicalization of development: Aid as a Relation of Global Liberal Governance. Development and Change, 33(5), 1066-1067.
(4) Graham, S. (2004) Cities, war, and terrorism; towards an urban geopolitics. Oxford: Blackwell, 29.
(5) Davis, M. (2004). Planet of slums. Urban Involution and the Informal Proletariat. New Left Review, 26 (march-april), 17-19.
(6) Davis, M. (2004), 19.

woensdag 24 december 2008

Welkom in mijn favela

“De misdaadorganisatie PCC, de machtigste bende in Brazilië, heeft haar basis niet alleen in de gevangenissen maar ook in de favela’s. Daar controleren ze de drugshandel en heersen ze over de sloppenbewoners.” Met deze zinnen begint journalist Chris De Stoop aan zijn relaas over zijn bezoek aan de favela Moinho in Sao Paulo.


Tijdens zijn bezoek wordt de auteur rondgeleid door Maria Clara, een medewerkster van een katholieke gemeenschap die verschillende sociale projecten in de favela hebben opgestart. De journalist krijgt alle aspecten van de sloppenwijk te zien. Van de slechte hygiënische omstandigheden over het drugsgebruik bij de inwoners tot de machtsgreep van de PCC op de bewoners. En op dit laatste aspect zullen we dieper ingaan.
Wat opvalt in het artikel is de volledige afwezigheid van de staat en haar machtsstructuren in deze sloppenwijk. Slechts sporadisch komt de politie langs voor een beleefde controle. De macht wordt nu gedragen door de PCC-bende door wie deze sloppenwijk ook gesticht werd. Dit betekent echter niet dat er complete chaos heerst, integendeel de PCC heeft in werkelijkheid de rol van de Braziliaanse staat overgenomen en (beperkte) structuren ingevoerd voor de bewoners. Zo heeft de bende een gerant aangesteld die over de orde en veiligheid moet waken in de favela. De vergelijking met een burgemeester kan echter niet doorgaan omdat deze gerant ook verantwoordelijk is voor het aanmaken en verkoop van drugs. Elke persoon die een huisje wil bouwen in Moinho moet een bedrag betalen aan de PCC waarvoor ze in ruil een huisnummer krijgen. Kleine misdaad wordt nog door de vingers gezien maar bij grote problemen wordt de top van de PCC in de gevangenis gecontacteerd door de gerant die dan ook voor de uitvoering van de straffen zorgt. Dit leidt tot een relatief veilige situatie in de favela. Tenslotte is er ook een raad opgericht, met instemming van de PCC, die de Vereniging van de Bewoners van Moinho genaamd is. Deze heeft tot doel de belangen van de favelado’s te verdedigen bij het stadsbestuur. We dienen hier echter een belangrijke kanttekening bij te maken. De PCC steunt deze raad niet volledig uit medelievendheid maar vooral om het voortbestaan van de sloppenwijk te garanderen en zo zijn winstgevende drugshandel te kunnen voortzetten (1).

Dit artikel geeft duidelijk aan dat er twee verschillende werelden bestaan in grootsteden. Enerzijds is er het gedeelte dat onder bestuur staat van de overheid of het plaatselijk bestuur en anderzijds de gebieden onder controle van de georganiseerde misdaad. Dit zijn vaak sloppenwijken met heel arme inwoners. In zijn interview met Tom Dispatch geeft Mike Davis een omschrijving mee van wat een sloppenwijk juist is. Deze ontstonden rond de jaren 70 en worden bewoond door straatverkopers over prostituees tot drugsverslaafden. Bijna alle sloppenwijken ontstaan op plaatsen waar het zeer gevaarlijk of ongezond is om te leven en waar een woonst geen of een zeer lage marktwaarde zou hebben (2). Al deze elementen kunnen we terugvinden in Moinho, een favela die gebouwd werd tussen twee spoorlijnen en een ruïne van een oude fabriek (3).
Binnen dit gebied heerst de PCC terwijl daarbuiten de politie en de staat de machtshebbers zijn. Dit brengt ons bij Weizman die de enclaves van Israëli’s in Palestijnse gebieden beschrijft. Deze gebieden worden streng beveiligd door het Israëlische leger en de inwoners staan ook onder Israëlisch gezag terwijl ze eigenlijk wonen op Palestijns grondgebied. Dit is een vergelijkbare situatie met die van Moinho (4). Bij het binnengaan van deze favela staan ook meerdere checkpoints van de PCC om aan te geven waar hun gebied begint en wie er aan de macht staat. De inwoners zelf spreken ook van naar buiten gaan wanneer ze praten over naar het stadscentrum gaan (5).
Een opdeling in verschillende wijken of delen van een stad bestaat reeds heel lang maar dit werd vooral problematisch met de militarisering van de straatbendes en drugskartels. Deze groepen hebben zo de macht verkregen in deze gebieden en het monopolie op geweld van de overheid doorbroken. Daardoor ontstond er een dualiteit tussen de macht van de staat en van de bendes. Dit betekent eigenlijk het falen van de lokale staat aangezien zij nu de macht moeten delen met de bendes (6). Zoals Timothy Raeymaekers aangaf zullen bepaalde illegale praktijken (bv. drugshandel) getolereerd worden door de overheid opdat de staat dan niet in conflict moet gaan met deze sterke bendes (7).
Dit brengt ons tenslotte bij de terreur gepaard gaande met deze situatie. Vele jongeren uit Moinho kunnen dan ook overleven dankzij de verkoop van drugs voor de PCC. Ze gaan zich identificeren met deze bendes en hun geweld verheerlijken aangezien het de bende is die hen helpt en niet de staat (8). Dit is een zeer gevaarlijke omgeving die vergelijkbaar is met die van de radicale moslims die aanslagen hebben gepleegd in Casablanca. Davis noemt dit “existential ground zero”. Ook de jongeren uit Moinho groeien op in een arme woonwijk, op de rand van de beschaving en geraken nooit geïntegreerd in de dynamiek van de grote stad. Ze blijven in hun cocon van armoede, miserie en de PCC. De enige orde die zij kennen is wel niet die van fundamentele islamieten uit Casablanca maar van een gewapende bende.

Reinout Van Dorpe



(1) De Stoop, C (2008, 24 september). Welkom in mijn favela. Knack, 110-113.
(2) Mike Davis Part I, green zones and slum cities’, Tom Dispatch, May 11TH, 2006, at http://www.tomdispatch.com/post/82790/tomdispatch_interview_mike_davis_green_zones_and_slum_cities..
(3) De Stoop, C (2008, 24 september). Welkom in mijn favela. Knack, 111.
(4) Weizman, E (2004). Strategic points, flexible lines, tense surfaces, political volumes: Ariel Sharon and the geometry of occupation. Philosophical Forum, 35(2), 221-244.
(5) De Stoop, C (2008, 24 september). Welkom in mijn favela. Knack, 112.
(6) Graham, S. (2004). Cities, War and Terrorism. Blackwell, Oxford, 18-19.
(7) Raeymaekers, T., lesnotities gastles op 8 december 2008.
(8) Mike Davis Part I, green zones and slum cities’, Tom Dispatch, May 11TH, 2006, at http://www.tomdispatch.com/post/82790/tomdispatch_interview_mike_davis_green_zones_and_slum_cities.

dinsdag 23 december 2008

Fotoreportage sloppenwijk in Nairobi

De beeldvorming van sloppenwijken wereldwijd wordt bepaald door de Westerse journalisten.
Deze fotoreportage werd echter gemaakt door Julius Mwelu, een inwoner van een sloppenwijk in Nairobi.
Hij geeft ons een eerlijk beeld van hoe de sloppenwijk er voor een 'insider' uitziet. Het resultaat is een
verbluffende reportage dat in 2004 als boek werd uitgegeven. De titel van dit bericht is tevens de link naar
de fotoreportage.

Groeten

Jelle De Ketelbutter

Slum population





Laatste kaart uit: Mike Davis, Planet of Slums [« Le pire des mondes possibles : de l'explosion urbaine au bidonville global »], La Découverte, Paris, 2006 (ISBN 978-2-7071-4915-2), p. 31.

Eva De Leever


zondag 21 december 2008

Favela Rising



Jelle had het in een eerder geplaatst blogbericht over het belang van funkmuziek in de sloppenwijken van Rio de Janeiro en over de welbekende film 'Citade de Deus', ik wil daar graag een interessante documentaire aan toevoegen: 'Favela Rising' (2005).

Anderson Sa is een ex-drugdealer uit Vigario Geral, één van de meest gewelddadige favelas in Rio de Janeiro, van wie veel familieleden en vrienden vermoord zijn. Via positieve invloeden wil hij de eenheid in de favela terugbrengen. De voormalige drugsdealer richt met enkele vrienden de succesvolle beweging AfroReggae op die jongeren met behulp van hiphop en dans uit de geweldsspiraal bevrijdt. Jongeren worden gestimuleerd om muziek te maken in plaats van drugs te dealen of zich aan te sluiten bij jeugdbendes.

Ik kreeg alvast een goed gevoel vanbinnen bij het zien dat deze aanpak werkt doordat vele jongeren er zich bij aansluiten. Het feit dat ze hun woede kunnen omgezetten in ritme, is belangrijk voor deze jongeren die hoop zoeken in een omgeving van corruptie, drugs en geweld.

Eva De Leever

zaterdag 20 december 2008

Favela Wars (http://nl.youtube.com/watch?v=BqO3qCgyFJ0&feature=related)

De documentaire vertelt over het leven in de Braziliaanse sloppenwijken, de Favelas van Rio de Janeiro en Sao Paulo. Hierbij wordt een nadruk gelegd op het gewelddadige karakter. Men laat enkele belangrijke ‘spelers’ aan het woord, zoals de jonge gevangene, de straathoekwerker, ondersecretaris van veiligheid en bendeleden.
De makers van de film zien de hoofdoorzaak van de problematiek rond sloppenwijken bij de hoge criminaliteit die er aanwezig is. Drugs –en wapenhandel vieren hier hoogtij en brengen veel geld op. Er leeft een harde strijd tussen verschillende bendes en bendeleden onderling om de controle over deze handel te verkrijgen. Bovendien poogt de politie zijn autoriteit te laten gelden. Volgens de documentairemakers bestaat er een oorlog binnen de stad.
De grootste slachtoffers van het geweld zijn de kinderen. Zij worden gedwongen geweld te plegen, in de hoop zelf te kunnen overleven. Kinderen zijn dus zowel slachtoffers als daders, al mag de oorzaak niet gezocht worden bij hen. Die rol is overduidelijk weggelegd voor de drugsbaronnen. Gelukkig zijn er ook mensen die zich inzetten voor het lot van de kinderen. De film toont hoe een boksschool poogt zoveel mogelijk kinderen van de straat te houden door het voorzien van boksinitiatie. Zo blijven ze weg van criminaliteit en geweld.
Binnen de stad bestaan er ministeden. Dit zijn afgesloten delen van de stad waar de hogere klassen wonen. De veiligheid wordt verzekerd door een groot corps privé security. Dit toont de enorme tegenstelling tussen de sloppenwijken enerzijds en de rijke binnenstad anderzijds.
Toch is er nog hoop. Bepaalde kinderen, die opgegroeid zijn binnen de favelas, hebben nu een belangrijke rol binnen de Braziliaanse overheid en kunnen via hun invloed eventueel een einde maken aan het geweld. De belangrijkste doelstelling voor Brazilië is het stoppen van het geweld en het terugbrengen van de veiligheid en mogelijkheden in de Braziliaanse steden. (1)
De film loopt qua denkwijze parallel met het artikel van Maresch (bendes regeren de sloppenwijken), de kritiek komt dan ook sterk overeen.

Het taalgebruik van de documentaire is zeer interessant. Er wordt gesproken van een ‘onverklaarde’ burgeroorlog. Zoals reeds gezegd bestaat er een harde strijd tussen bendes en is het gebruik van geweld een veelvoorkomend middel om te overleven. Volgens de makers zijn de Braziliaanse sloppenwijken de grootste slagvelden van de wereld. Dit is allesbehalve een nieuwe denkwijze. Er zijn reeds ideeën gekend die stellen dat in de toekomst het militair gebeuren zich zal concentreren in de steden. Men gebruikt interessant cijfermateriaal om aan te tonen dat de Braziliaanse sloppenwijken één van de meest gewelddadige regio’s van de wereld zijn.
Door de nadruk op het geweld (beelden van beschoten overheidsgebouwen) en het woordgebruik (onder andere terrorize) beschrijft men de sloppenwijk als een broeihaard van terrorisme waar niemand aan kan ontsnappen. Dit is een onjuiste stelling aangezien Graham reeds terecht opmerkte dat het geweld binnen sloppenwijken moet gezien worden als een uitloper van gemeenschapsproblemen en niet als terroristische daden ten opzichte van het wereldsysteem of de gevestigde orde.(2) Bovendien moet de densiteit van geweld gerelativeerd worden daar het merendeel van de favelamaatschappij op een vreedzame manier, via een informele markteconomie, poogt te overleven.(3) Er is feitelijk weinig sprake van sociale onrust stelt Carneiro. (4) Hiervoor heeft de documentaire veel te weinig aandacht!
Al erkent men wel dat de bevolking van de favelas zelf het grootste slachtoffer van geweld is, de aandacht is disproportioneel. Daar waar de rijke buurten sterk beschermd worden door privé-bedrijven, wordt de favelabevolking aan haar lot overgelaten.
Mark Davis gaat veel meer de nadruk leggen op de sterke tegenstelling (strijd) tussen de sloppenwijken en de imperiale stad. De makers van de documentaire maken een sterk onderscheid tussen deze twee stadsdelen, maar zien meer strijd binnen de sloppenwijken zelf dan tussen die twee delen. Dit is een juiste perceptie, volgens mij is de overlevingsstrijd de hoofdoorzaak van geweld, maar blijft dit voornamelijk binnen de krottenwijken
Een zwak punt van de documentaire is het feit dat ze de nadruk leggen op de desintegratie van de krottenwijken via het beschrijven van momenten van (vijandige) interactie tussen de sloppenwijk en de ‘imperiale’ stad, zoals de strijd tegen drugs en terrorisme. Er bestaat wel degelijk ook positieve interactie, wat een relatieve integratie met zich meebrengt. (5) De documentaire spreekt van een grenslijn tussen enerzijds de sloppenwijk en anderzijds de rijkere binnenstad. Vanzelfsprekend bestaat er een afstand, maar die is niet onoverbrugbaar! Dit werd beschreven in het artikel van Paul Sneed, die stelt dat dansfeesten de verschillende sociale klassen samenbrengt en hiermee de stedelijke geografische en sociale grenzen overschrijdt. (6)
In tegenstelling tot auteurs zoals Paul Sneed of Duffield wordt hier geen aandacht geschonken aan mogelijke informele mechanismen die zorgen voor bepaalde orde. Er is geen sprake van een sociale regulatie, wel van een oncontroleerbare chaos waartegen de politie moet optornen. De makers vertellen dat gerechtigheid in de sloppenwijken gebracht moeten worden, maar dat dit heel moeilijk is. Hiermee voeden ze het idee dat de centrale macht afwezig is en dat steden de staatssoevereiniteit helpen afbrokkelen. Duffield daarentegen is ervan overtuigd dat bepaalde vormen van informele organisatie, zoals bendes, zorgen voor alternatieve vormen van bescherming, legitimiteit en waarden. (7) Hierbij provoceert de stad wel degelijk gedeeltelijk de macht van de overheid. Maar er moet wel een belangrijke nuance aangebracht worden. Niet de hele stad, maar enkel gestructureerde bendes dagen de staatssoevereiniteit uit. Zelfs dan is er een bepaalde verstandhouding/interactie met de centrale macht, die hierdoor nooit volledig afwezig is. De lagere lokale Staatsafgevaardigden zijn een belangrijke tussenschakel tussen de informele macht en de centrale overheid.(8) De makers spreken van een paradox: bendes bedreigen de politiemacht, maar kunnen dit enkel door de illegale wapenhandel met diezelfde politiecorpsen. Dit is een interessante vaststelling.
De documentaire veroordeelt terecht het geweld, maar geeft het disproportioneel veel aandacht. Ze concluderen wel juist dat het geweld moet verdwijnen alvorens er mogelijkheden kunnen gecreëerd worden.

Jelle De Ketelbutter

Gebruikte literatuur:

(1) Journeyman Pictures, Favela Wars. Geraadpleegd op 16 december 2008 op
http://nl.youtube.com/watch?v=BqO3qCgyFJ0&feature=related.
(2) Graham, S. (2004). Cities, War and Terrorism. Blackwell, Oxford, p. 28-29.
(3) Raeymaekers, T. Lesnotities van 8 december 2008.
(4) Carneiro, F. (1997) The Changing Informal Labour Market in Brazil: Cyclicality versus Excessive Intervention, Fondazione Giacomo Brodolini and Blackwell Publishers, 11 (1), p. 2.
(5) Mike Davis Part II, green zones and slum cities’, Tom Dispatch, May 11TH, 2006, at http://www.tomdispatch.com/post/82790/tomdispatch_interview_mike_davis_green_zones_and_slum_cities.
(6) Sneed, P. (2008). Favela Utopias: ‘the Bailes Funk in Rio’s Crisis of Social Exclusion and violence’. Latin American Research Review. 43(2), p. 57-79.
(7) Duffield, M. (2002). Social reconstruction and the Radicalization of development: Aid as a Relation of Global Liberal Governance. Development and Change, 33(5), p. 1061.
(8) Arias, E. (2004). Faith in Our Neighbors: Networks and Social Order in Three Brazilian Favelas. Latin American Politics & Society, 46 (1), p. 2.